Het nieuwe contract. De verbeterde premieregeling. De namen van de nieuwe contractsvormen spreken niet tot de verbeelding. Gerard Riemen komt met enkele namen die de betrokkenheid moet vergroten.

De bijna vijfhonderd reacties op de consultatieronde voor de Wet toekomst pensioenen wekt de indruk dat dit onderwerp leeft. Niets is minder waar. Onderzoeken van de Universiteit van Maastricht, Kantar en de Universiteit van Utrecht uit september 2020 tonen pijnlijk aan dat pensioen voor de meesten een ver-van-hun-bedshow is.

De onderzoekers wilden weten of deelnemers iets snapten van de nieuwe pensioenregels. De conclusie laat er geen misverstand over bestaan. De mensen snappen de huidige regeling niet en gaan de nieuwe regeling evenmin begrijpen.

Er is een goede reden dat in andere landen bij een grote pensioenhervorming de opgebouwde aanspraken en de lopende uitkeringen onaangeroerd blijven. In Nederland kiezen we ervoor die wel mee te nemen. Daarvoor zijn goede argumenten, maar dat stelt ons wel voor uitzonderlijke uitdagingen. De aandacht voor wat die uitdaging betekent op terreinen als het actuariaat, ALM en het arbeidsrecht is volop terug te vinden in de reacties. Er zijn uitvoerige betogen te lezen over het netto profijt, de vba- versus de standaardmethode, de richtdekkingsgraad, het transitiekader enzovoorts. Allemaal zaken die heel belangrijk zijn, maar de doorsnee Nederlander volstrekt koud laten.

Draagvlak

Op een enkele uitzondering na wordt in de reacties nauwelijks aandacht besteed aan hoe we de mensen meekrijgen in de overgang. Er is nauwelijks aandacht voor het creëren van draagvlak. Sterker nog, kennelijk wordt ervan uitgegaan dat lang niet iedereen enthousiast zal zijn met de overdracht van zijn of haar pensioen. Diverse experts betogen bijvoorbeeld dat het individuele bezwaarrecht bij het invaren niet mag worden geschrapt. Maar kun je deelnemers opzadelen met de beslissing over wel of niet over te stappen?  Als je weet dat het voor hen vrijwel onmogelijk is om de gevolgen van die keuze in volle omvang te doorgronden?

Hoewel pensioenuitvoerders niet zelf kunnen beslissen over wel of niet invaren, dragen ze wel de risico’s. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het invaren. Om die reden hebben pensioenuitvoerders er alle belang bij dat hun deelnemers en pensioengerechtigden zich goed voelen bij de genomen besluiten. Uit de eerder aangehaalde onderzoeken blijkt dat het weinig zinvol is om uit te leggen wat er gebeurt onder de motorkap. Vrijwel niemand zit daar op te wachten. Natuurlijk, de enkeling die wil weten hoe het zit, heeft recht op die informatie.

Casinopensioen

Ik denk dat we meer moeten durven inzetten op de presentatie en de betrokkenen een goed gevoel geven. We weten bijvoorbeeld dat begrippen als ‘het Zwitserleven gevoel’ en het ’casinopensioen’ uiterst effectief zijn in het creëren van een gewenste gemoedstoestand rondom pensioenen.

Vanuit die optiek is de naamgeving van de contracten van belang. Verschillende partijen hebben       nagedacht over de juiste benaming. De namen moeten een goed gevoel oproepen. Verder mag het contract mag niet mooier ogen dan het andere. Dat is bijvoorbeeld de kritiek op de benaming Verbeterde premieregeling.

Op het gevaar af dat ik de dure marketingbureaus in de wielen rijd, hierbij mijn suggesties. Het nieuwe pensioencontract noemen we het Zilvervloot pensioen. Denk aan gezamenlijk opereren en elkaar beschermen. De verbeterde premieregeling dopen we om tot het Surfpensioen. En surfer maakt zijn eigen keuzes en is gevoeliger voorgolven dan een groot schip. Ik laat het aan de lezer meer associaties te bedenken. Of te komen met nog betere namen.

Gerard Riemen is partner bij Sprenkels en Verschuren