Een eigen pot met geld is transparanter dan een toezegging. Je weet immers hoeveel geld er voor je apart is gezet. Dat wil niet zeggen dat het stelsel daarmee ook begrijpelijker wordt, stelt Gerard Riemen.

Het is de bedoeling dat na de pensioenhervorming ons pensioenstelsel transparanter en begrijpelijker is geworden. Nu is dat op zich geen prestatie. Het huidige stelsel wordt door weinigen begrepen, dus de lat ligt laag.

De introductie van het persoonlijke pensioenvermogen wordt alom gezien als transparanter. De deelnemers en gepensioneerden kunnen op dagbasis zien hoeveel geld er in hun pot zit. Dat maakt het geheel zeker transparanter. Of het ook begrijpelijker wordt, is nog maar de vraag.

Pot of scenario’s
In het voorgestelde nieuwe pensioenstelsel krijgen mensen jaarlijks een overzicht met informatie over hoeveel geld er in de persoonlijke pensioenpot zit. Daarnaast wordt aangegeven wat met dat vermogen de te verwachten pensioenuitkering zal zijn in een slechtweer-, verwacht en goedweer-scenario. De bedragen die bij de scenario’s worden getoond, zijn gecorrigeerd voor de verwachte inflatie.

De vraag is waar de ontvanger van het jaarlijks overzicht uiteindelijk in geïnteresseerd is. Gaat de aandacht uit naar de omvang van het persoonlijk pensioenvermogen of naar de bedragen die bij de scenario’s worden genoemd?

Het getoonde bedrag in de pensioenpot is in ieder geval de realiteit. Ook is, met een beetje moeite, te begrijpen waarom het in omvang is gestegen of gedaald. Van de mogelijke pensioenbedragen kan alleen met vrij veel zekerheid worden gezegd dat de kans dat het pensioen precies een van die bedragen wordt, vrij gering is. Daarbij komt dat als deelnemers hun vorige overzicht erbij pakken, de jaarlijkse mutatie van die bedragen zelden begrepen zal worden.

In mijn ogen is er dus een gerede kans dat de meesten zich vooral richten op het opgebouwde vermogen in plaats van het mogelijk te behalen pensioen. Een groot bedrag in de pensioenpot geeft mensen al snel een verkeerd (te optimistisch) idee over de omvang van hun pensioen. Nu daarnaast de relatie tussen dat vermogen en het pensioen niet duidelijk is, ligt er een stevige communicatie-uitdaging.

Schrik
Zo zal de honderdjarige gepensioneerde wel eens de schrik om het hart kunnen slaan als die ziet wat er in de persoonlijke pensioenpot zit. Dat is absoluut te weinig om nog een paar jaar een pensioen van te kunnen ontvangen. Niettemin zal deze pensioengerechtigde ieder jaar zien dat de pot op miraculeuze wijze weer is aangevuld.

Of wat te denken van de situatie waarin in enig jaar de rente stevig is gestegen en de zakelijke waarden matig hebben gepresteerd? De deelnemer die vlak voor het pensioen staat, ziet in dat geval zijn persoonlijke pensioenpot nauwelijks stijgen of zelfs in omvang afnemen. De getoonde te verwachte pensioenbedragen zullen daarentegen juist hoger zijn geworden. De lezer van het pensioenoverzicht die naar zowel omvang pensioenpot als de mogelijke pensioenen kijkt, zal in een jaar waarin de levensverwachting aanmerkelijk is gestegen zich afvragen waarom de toename van het pensioenvermogen gepaard gaat met een afname van het pensioen.

Creativiteit
Kortom, het pensioenoverzicht wordt naar mijn mening wel transparanter maar niet begrijpelijker. Het goede nieuws is dat in het aangekondigde wetsvoorstel Toekomst pensioenen fondsen meer vrijheid krijgen in de wijze waarop ze met deelnemers en gepensioneerden communiceren. Zij zullen de nodige creativiteit moeten aanwenden om de deelnemer bij de hand te nemen bij het lezen en begrijpen van het jaarlijkse overzicht.

Het in beeld hebben van zowel de omvang van de pensioenpot als het verwachte pensioen in drie scenario’s biedt ook kansen. Zo kan aan jongeren worden uitgelegd dat een incidentele daling van hun pensioenpot geen ramp hoeft te zijn door te wijzen op het verwachte pensioen. De jaarlijkse verandering van de pensioenbedragen laat mensen wennen aan het gegeven dat het te ontvangen pensioen jaarlijks kan wijzigen. De transparantie biedt dus ook kansen om het stelsel beter uit te leggen. Het is aan de pensioenbestuurders om hiervoor te zorgen, zodat er naast transparantie ook begrip wordt gecreëerd.

Gerard Riemen is partner bij Sprenkels en Verschuren.