Pensioenuitvoerders moeten in het nieuwe stelsel meer werk maken van keuzebegeleiding van deelnemers. Om te voorkomen dat deze open norm gaandeweg wordt ingeperkt, kunnen ze het beste zo snel mogelijk beginnen, stelt Gerard Riemen.

Bij de discussie over het nieuwe pensioenstelsel klinkt vaak de roep om meer keuzemogelijkheden voor de deelnemers. Het is een begrijpelijke wens. Door in een regeling keuzemogelijkheden in te bouwen kan de regeling meer op deelnemer worden toegesneden. En een pensioenregeling die aansluit op de wensen van de deelnemer kan het draagvlak voor die pensioenregeling vergroten.

In het huidige stelsel zijn er al veel keuzemogelijkheden. Nabestaandenpensioen kan worden uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen en andersom. Het pensioen kan eerder of later ingaan. Je kan kiezen voor een hoog-laag constructie. Bij beschikbare premieregelingen kan de deelnemer kiezen voor een variabele of vaste uitkering. De nieuwste loot aan de stam is de eenmalige uitkering op pensioendatum. Die laatste keuzemogelijkheid is nog niet van kracht. Het wachten is tot dat de minister de verwachte uitvoeringsproblemen heeft opgelost.

Deelnemers willen graag een keuzemogelijkheid hebben. Tegelijkertijd is kiezen niet gemakkelijk. De AFM heeft er al op gewezen dat het hebben van veel keuzemogelijkheden niet altijd in het belang van de deelnemer is. Met name bij een stapeling van keuzes is het maar de vraag of de deelnemer de gevolgen van de gemaakte keuzes nog kan overzien. Het onlangs verschenen AFM-rapport over de variabele uitkering laat zien welke haken en ogen er zitten aan de keuze tussen een variabele of vaste uitkering.

De Ombudsman Pensioenen vertelt begin maart in haar blog over wat zij tegenkomt als deelnemers en hun partners hebben gekozen voor de uitruil van het partnerpensioen in een hoger ouderdomspensioen. De ombudsman wordt geconfronteerd met nabestaanden die zich niet hebben gerealiseerd dat met die uitruil geen recht meer bestaat op een partnerpensioen als de deelnemer overlijdt.

Het kabinet is zich bewust van deze keerzijde van het creëren van meer keuzemogelijkheden. Om die reden introduceert het in het consultatiedocument voor pensioenuitvoerders de verplichting tot keuzebegeleiding van de deelnemers. Het is, zo stelt de memorie van toelichting (mvt), een open norm die pensioenuitvoerders verplicht om zich maximaal in te spannen om deelnemers op adequate wijze te begeleiden bij het maken van keuzes. Het is geen verplichting tot adviseren, maar verplicht wel tot meer ‘activiteit’ van de pensioenuitvoerder dan enkel informeren en het geven van inzicht conform de huidige wet, aldus de mvt.

Ik vermoed dat de impact van deze nieuwe norm bij veel pensioenuitvoerders nog niet ten volle is doorgedrongen. De norm is van toepassing op alle keuzes die een deelnemer kan maken. Er is geen onderscheid naar het Nieuwe pensioencontract of de Wet verbeterde premieregeling. Het nieuwe voorschrift is aanvullend op de huidige artikelen in de Pensioenwet over informatieverplichtingen en zorgplicht.

Hoe de open norm van keuzebegeleiding straks uitpakt, is onduidelijk. Het eerder genoemde AFM-rapport geeft al een aardig inzicht in hoe de AFM de keuzebegeleiding bij de keuze tussen een variabele en vaste uitkering voor zich ziet. Opvallend is dat in het consultatiedocument
wordt volstaan met een vrij abstracte toelichting in het algemene deel van de mvt en dat er geen toelichting bij het wetsartikel zelf staat. Uit de mvt kan worden afgeleid dat het kabinet in ieder geval veel aandacht heeft voor de inrichting van de digitale keuzeomgeving.

De vraag is of het mogelijk is de verplichte keuzebegeleiding geheel digitaal in te vullen. Moet de pensioenuitvoerder er straks zeker van zijn dat bijvoorbeeld bij uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen beide partners zich ook daadwerkelijk bewust zijn van de gevolgen van die keuze? Kan dat digitaal of is persoonlijk contact (telefoon, een gesprek) noodzakelijk? Nog los van de vraag hoe deelnemers aankijken tegen een louter digitale keuzeomgeving.

De pensioensector zal in ieder geval stevig moeten investeren in de inrichting van digitale keuzebegeleiding. Uit de diverse Netspar-studies, blijkt dat het inrichten van een goede digitale keuzeomgeving beslist niet eenvoudig is. Mijn indruk is dat diverse pensioenadministratiebedrijven weinig expertise, zowel wat betreft ict als keuzebegeleiding zelf, in huis hebben.

Tot nu toe is de ervaring in de pensioensector met open normen niet onverdeeld positief. De wetgever heeft al snel de neiging om door middel van lagere regelgeving de open norm in te perken. Daar komt vervolgens nog eens de toezichthouder met beleidsregels over heen. Ik hoop dat pensioenuitvoerders de handschoen oppakken en laten zien dat ze in staat zijn op adequate wijze invulling te geven aan de keuzebegeleiding. Daar kan nu al mee worden begonnen. Deel goede praktijkvoorbeelden met elkaar en wees niet te zuinig met investeren in ict en menskracht -meer pensioenconsulenten- op dit punt. Op die manier houd je niet alleen de wetgever en toezichthouder af van inperking van de open norm, maar bewijs je vooral de deelnemer een grote dienst.

Gerard Riemen, partner bij Sprenkels en Verschuren