Meer keuzemogelijkheden klinkt goed, maar leidt ook tot keuzestress. Gerard Riemen stelt dat een fonds dat keuzes biedt de keuzebegeleiding goed op orde moet hebben. Dat vraagt om ijzersterke en passende defaults.

Met de pensioenhervorming komt ongetwijfeld ook de discussie over keuzevrijheid weer naar boven. In mei bood minister Koolmees een rapport van PwC aan de Tweede Kamer aan met een literatuurstudie naar verschillende keuzemogelijkheden. De demissionair minister onthield zich van een beleidsopvatting. Niettemin kan je na het lezen van de samenvatting je niet aan de indruk onttrekken dat de onderzochte keuzemogelijkheden meer ongemak dan gemak geven.

Op het eerste gezicht is het politiek aantrekkelijk om te pleiten voor keuzemogelijkheden voor de deelnemers. Toch zien we dat zowel bij het kabinet als bij de toezichthouder AFM het enthousiasme niet voor alle keuzemogelijkheden groot is. Een aantal keuzemogelijkheden laat zich moeilijk combineren met de in het pensioenakkoord afgesproken risicodeling. Maar ook keuzes die niet strijdig zijn met het uitgangspunt van risicodeling stuiten op bezwaren. De voornaamste reden ligt bij de ervaringen met keuzevrijheid.

Keuzestress
De deelnemer wil weliswaar graag de mogelijkheid om te kunnen kiezen, maar ervaart als het moment daar is keuzestress. De deelnemer overziet vaak slecht de gevolgen van de keuze die wordt gemaakt. Zo komt hij of zij dus niet altijd uit op de meest verstandige keuze. De verplichte keuzebegeleiding, zoals voorgesteld in het ontwerp van Wet toekomst pensioenen, moet voorkomen dat de deelnemer op basis van verkeerde inzichten en veronderstellingen een keuze maakt die achteraf wordt betreurd.

Een andere manier om de schadelijke gevolgen van verkeerde keuzes enigszins te ondervangen, is het zetten van een goede default. Onderzoek wijst uit dat mensen in veel gevallen geen keuze maken en daarmee kiezen voor de default. Ze vinden het maken van een keuze moeilijk en vertrouwen erop dat het pensioenfonds al een goede keuze heeft gemaakt. Dankzij een goede default kan bij een belangrijk deel van de deelnemers een verkeerde keuze worden voorkomen. Pensioenfondsen doen er dan ook verstandig aan om bij de inrichting van de nieuwe regeling goed na te denken over de default. Deelnemers die afwijken van de default verrichten in ieder geval een doordachte handeling.

Variabele uitkering
De uitdaging is om de default goed te kunnen toesnijden op de verschillende groepen. Zo is het straks mogelijk om in het wvp-contract de variabele uitkering als default neer te zetten. Tegelijkertijd vereist de keuzebegeleiding dat er voor wordt gezorgd dat de keuze voor een variabele uitkering aansluit bij het risicoprofiel van de deelnemer. Dit impliceert dat de pensioenuitvoerder niet kan volstaan met het zetten van een default op dit punt voor de gehele populatie. Makkelijk gaat het niet worden.

Hoog-laagconstructie
Ik denk dat het goed is om ook te bezien of de default voor de hoog-laagconstructie kan worden gedifferentieerd. Uit de AOW-monitor van 3 juni blijkt dat lager opgeleiden later met pensioen gaan dan hoger opgeleiden. Daarnaast is bekend dat lager opgeleiden een lagere levensverwachting hebben dan hoger opgeleiden. Dit leidt tot een ongewenste solidariteit van lager opgeleiden naar hoger opgeleiden. Een manier om dat effect te verminderen, is om voor lager opgeleiden de default voor de hoog-laagconstructie eerst op hoog en dan laag te zetten. Bij de hoger opgeleiden is de default dat er geen gebruik wordt gemaakt van de hoog-laagconstructie.

Ik ben me ervan bewust dat een pensioenfonds niet beschikt over de opleidingsgegevens van de deelnemers. Ook speelt bij fondsen met een redelijk homogeen deelnemersbestand de ongewenste solidariteit minder dan bij fondsen met een heterogeen deelnemersbestand. Het vergt dus enige creativiteit om bij de hoog-laagconstructie voor alle groepen een gewenste default te kunnen inrichten.

De default doet er toe. Het is een krachtig instrument in de begeleiding van de deelnemer bij een bepaalde keuze. Het effect van de default kan voor groepen deelnemers verschillend uitpakken. Het wordt voor fondsen dan ook noodzaak om hun deelnemers en de te onderscheiden groepen beter te kennen. Met de introductie van de verplichte keuzebegeleiding zal de default moeten passen bij het profiel van de deelnemer. Dat maakt dat iedere default goed moeten worden doordacht, zoveel mogelijk moet passen bij het profiel van de deelnemer en een zorgvuldige afweging vereist. Het is goed voorstelbaar dat zaken als verplichte keuzebegeleiding, zorgplicht en de inspanning die het vergt om de default goed te zetten bij pensioenuitvoerders het enthousiasme voor her aanbieden van de keuzemogelijkheden sterk doet afnemen.

Gerard Riemen, partner bij Sprenkels & Verschuren