Veel pensioencontracten (dat wil zeggen de uitvoeringsovereenkomsten met een verzekeraar) hebben een tijdelijke duur. Loopt uw overeenkomst af dan kan dat enorme gevolgen hebben.

De duur van de overeenkomst is vaak 5 jaar. Soms is dit 1, 3 of 10 jaar. Na afloop van de overeenkomst biedt de verzekeraar een nieuwe uitvoeringsovereenkomst aan met actuele tarieven en voorwaarden. Door stijging van de levensverwachting, strengere voorschriften en de sterk gedaalde rente zal een zelfde regeling in de nieuwe overeenkomst stijgen. Flink stijgen: premiestijgingen van 160% zijn eerder regel dan uitzondering.

Ook naar de oude uitvoeringsovereenkomst moet gekeken worden. Hoe blijft die (premievrij) achter en wat betekent dat voor de pensioenresultaten van de deelnemers aan de pensioenregeling en de pensioenlasten voor de werkgever? Belangrijke vragen kunnen dan zijn:

  • Blijven de beheerkosten die tijdens de looptijd van de overeenkomst van toepassing zijn ook na afloop van de overeenkomst doorlopen voor rekening van de werkgever?
  • Loopt de winstdeling (tijdelijk) door of stopt die?
  • Is er kans op indexatie (toeslagen) van het opgebouwde pensioen?
  • Blijft er een partnerpensioen verzekerd?

Een forse premiestijging is voor werkgevers vaak de aanleiding om de middelloonregeling te wijzigen. Bijvoorbeeld door het verhogen van de eigen bijdrage, de overstap te maken naar een Algemeen Pensioenfonds (APF) of de middelloonregeling te wijzigen in een beschikbare premieregeling. Daarmee kán geanticipeerd worden op een dreigende premiestijging.

Start zo snel mogelijk, in ieder geval ruim voor de zomer van 2020, met het onderzoek naar mogelijke alternatieven. Het vergt namelijk tijd om de (on)mogelijkheden zorgvuldig in kaart te brengen. Een premieverhoging “op zich” rechtvaardigt namelijk niet zondermeer een wijziging (lees: een versobering) van de pensioenregeling. Onderzoek wat de positie van de werkgever is en betrek daar ook de medezeggenschapsraad bij. Vaak is er sprake van een OR, deze heeft vergaande instemmingsrechten over de wijziging van de pensioenregeling.

Edwin Schop