Het uitstel van het wetsvoorstel Toekomst pensioenen heeft mogelijk een voordeel. Het geeft pensioenuitvoerders, sociale partners en het kabinet meer bedenktijd voor de aanpak van de grootste uitdaging van de pensioenhervorming. Die uitdaging is hoe we de mensen in het land er van overtuigen dat de pensioenhervorming noodzakelijk is. In mijn ogen is het dringend gewenst dat die overtuiging post gaat vatten. Gebeurt dat niet, dan dreigt de gehele operatie wegens gebrek aan draagvlak te stranden.

Makkelijk zal het niet worden. De laatste maanden stijgen de dekkingsgraden bij de pensioenfondsen. Bij sommige fondsen wordt -los van de versoepelingen uit het transitie FTK- weer gedacht aan indexatie. Daarmee is het nog lastiger om het grote publiek te overtuigen van nut en noodzaak van de pensioenhervorming. Als we het politieke spectrum overzien, dan zijn er in de Tweede Kamer ook de nodige partijen (ze vormen niet de meerderheid) die die noodzaak niet zien. Dankzij het geringe pensioenbewustzijn en de complexiteit van de wet- en regelgeving is het vrij makkelijk om de publieke opinie zodanig te beïnvloeden dat er weerstand ontstaat. De campagne van de FNV tegen het “casinopensioen” heeft dat laten zien.

Tot op heden heb ik nog niets gezien van de zijde van de sociale partners of het kabinet dat erop wijst dat ze daadwerkelijk werk maken van het creëren van een breed draagvlak. Op twee niveaus is er werk aan de winkel.

Het eerste niveau is het verhaal op hoofdlijnen. Overheid en sociale partners moeten die hoofdboodschap uitdragen. Wat die hoofdboodschap moet zijn, is voor discussie vatbaar. Wat mij betreft zijn er twee boodschappen die voor het voetlicht moeten worden gebracht. Ten eerste “We gaan de risico’s op een andere, of beter gezegd, eerlijker manier met elkaar en over de generaties heen delen”. De tweede boodschap kan zijn: “Uw AOW staat vast, uw aanvullend pensioen beweegt mee met de financiële markten”. Ik ben me ervan bewust dat je deze twee boodschappen zo niet in een “postbus 51” spotje moet brengen of in de bushokjes moet hangen. Het gaat mij om de inhoud die moet worden overgebracht. Ik laat het graag aan de marketing- en communicatiedeskundigen over om deze boodschappen zo te verpakken dat ze ook overkomen. Met de benaming voor de twee mogelijke contracten; zilvervlootpensioen en surfpensioen heb ik ze al een klein beetje op weg geholpen (zie ik ook mijn blog: De Z).

Het tweede niveau is een opgave voor de pensioenfondsen. Die moeten het antwoord geven op de simpele vraag van de deelnemer en de gepensioneerde: word ik er beter van? De communicatie van de overheid en sociale partners heeft tot doel dat de deelnemers en gepensioneerden zich bewust worden dat er voor iedereen iets gaat veranderen. Het fonds heeft de taak om hen te vertellen wat die verandering voor hen tot direct gevolg heeft. Het fonds zal een daarbij overtuigend verhaal moeten hebben voor de deelnemers (actieve en inactieve) en gepensioneerden. Waarom is de andere pensioenregeling een verbetering? Waarom worden de al opgebouwde pensioenaanspraken en zelfs de al lopende uitkeringen omgezet in de nieuwe pensioenregeling? En dat in een omgeving waarin er naar alle waarschijnlijkheid partijen roepen dat de deelnemers worden bestolen en dat de hele hervorming onzinnig is.

Er zijn goede redenen om bij de transitie het individuele bezwaarrecht buiten werking te stellen. Maar het is een illusie dat het ‘invaren” succesvol kan verlopen zonder draagvlak bij het overgrote deel van de betrokkenen. Dat draagvlak komt er niet door te verwijzen naar de wetgever of de sociale partners. Het heeft ook geen zin om de gebruikte methodiek uit te leggen (bij de VBA-methode is dat naar mijn mening zelfs onmogelijk). Natuurlijk zal voor de enkeling die het naadje van de kous wil weten de techniek netjes uitgelegd moeten worden. Bij het overgrote deel van de deelnemers en pensioengerechtigden zal daar de belangstelling niet naar uit gaan. Die willen er gewoon op kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig met de ingelegde premies wordt omgesprongen dat ze in de andere pensioenregeling beter af zijn.

De grote vraag is hoe creëer je dat vertrouwen? Het antwoord ligt niet voor het oprapen. Het is makkelijker om aan te geven hoe het niet moet dan hoe het wel moet. Juist daarom moet nu tijd en energie worden gestoken in het vinden van een antwoord op deze vraag.

Uiteindelijk is niet de methodiek en de wet- en regelgeving de grootste uitdaging bij de pensioenhervorming. Dat is de communicatie. Alle betrokken partijen doen er verstandig aan daar meer energie in te steken dan tot nu toe gebeurt.

Gerard Riemen, partner bij Sprenkels & Verschuren